
| Over Midgetgolf |
Hieronder
volgt een stukje over het ontstaan van het midgetgolf, de doorgroei van
vakantiespel tot wedstrijdport en wat daar allemaal bij hoort. We beginnen
met het ontstaan van het "spelletje": Het
ontstaan van het midgetgolf: het "Colfen" |
| Het "Colfen" |
Het spelen met bal en stok (stick) is in de loop van de afgelopen 700 jaar op verschillende manieren beoefend. Reeds in 1297 werd in Loenen a/d Vecht een colf-toernooi gehouden. Het werd gespeeld over een parcours van 4000 meter waarbij de bal in 4 (hollen) nu holes, gespeeld moest worden, waarbij het niet duidelijk is, of het hier om een natuurlijk dan wel aangelegd parcours ging. Hierbij werd de houten bal met een houten colf "wier voetingh met yseren beslaghe" gespeeld. Men kende
in die tijd reeds 2 spelsoorten, het maliën (denk maar de maliebanen
bij diverse steden) en het colfen, met als enig verschil dat het bij de
maliën de bal "op de gelijcke gront" werd afgeslagen en
bij het colfen de bal bij de afslag op een tuitje werd geplaatst.
Het was
dezelfde Ruwaard van Beieren die in Haarlem op 20 februari 1390 een stuk
grond "buten den houtpoort" afstond om daar te colfen. De Hollandse handelsgeest kwam snel boven, want in een ordonnantie van 22 december 1447 wordt melding gemaakt van poorters en poorteressen, die colfen en ballen verkopen. Dat men echt fanatiek was, bewijst het feit, dat winters, als het spelen op het land onmogelijk was, men uitweek naar gracht of singel om aldaar op het ijs zijn sport te beoefenen. Door veel schilders uit die tijd werd bij het schilderen van winterse taferelen, het colfen op het ijs, dikwijls centraal of op de voorgrond geplaatst.
De 17e eeuw werd de bloeitijd van het colfspel in onze Republiek, het bleef echter een hoofdzaak beperkt tot handelssteden. Ook in Schotland was het spel populair en dan vooral in de havensteden die handel dreven met onze Republiek. Tussen beide landen werd druk handel gedreven in colf-materialen, zo werden in onze Republiek colven van palmhout "die vingers breed en één dik" gebruikt, die "Schotse Klieken" genoemd werden, terwijl in Schotland de, in Holland en Brabant gemaakte ballen terecht kwamen. Er zijn nog
zeer veel gegevens bekend over verdere verloop en de ontwikkeling van
het spel, maar het voert te ver om daar hier op in te gaan. |
| Midgetgolf: van oefen- daarna vakantiespel tot wedstrijdsport. |
Het colfen
(zo zegt men) werd in Engelstalige landen vertaald in golfen. De waarheid
hierover zal echter, als zo dikwijls, in het midden liggen. Hetgeen hierna volgt zijn echter de feiten: - Midgetgolf
is ontstaan uit golf, met in het begin allerlei fantasie-namen en banen. Door de enorm toegenomen populariteit steeg het aantal banen navenant. Kermis-exploitanten, camping- en parkhouders bouwden naar hartelust en eigen fantasie hun banen. Omdat velen dit, dikwijls, eigenhandig deden en er van enige norm geen sprake was, kon men de meest fantastiche bouwsels, als hindernis tegenkomen. In 1954 ontwierp
de Zwitserse architect Paul Bongni een midgetgolfbaan met genormaliseerde
hindernissen. Met de nodige kennis, techniek en oefening moest het mogelijk
zijn, iedere hindernis met 1 slag te passeren en de put te halen, e.e.a.
op een te berekenbare manier.
Bongni bouwde zijn banen hoofdzakelijk in parkachtige omgevingen, zodat het spel merendeels bij grote hotels beoefend kon worden en daardoor slechts voor een beperkte groep mensen toegankelijk was. De Hamburgse zakenman Pless zag het op ongeveer dezelfde manier, hij wilde nl. door zijn vinding de mogelijkheid scheppen, op zijn baan niet alleen plezierig te spelen en zich te ontspannen, maar tevens een baan te creëren, die door het overwinnen van deze opstakels, een bepaalde spanning te wekken, die de spelers, na het spelen een zekere voldoening kon geven, die tot een aangename ontspanning leidde. Ging Paul Bogni, wat de baanlengte betreft, uit van de lange fantasiebanen, Pless ging dieper op de zaak in. Hij ontwierp een hoekstalen transportabel frame van geringe afmeting, 6.25 meter lang waarin eterniteplaten gelegd werden. Door de kortere banen was het mogelijk op een kleinere ruimte golfbanen aan te leggen. Vijftien banen werden voorzien van hindernissen ontworpen door de Academie van Beeldende Kunst te Hamburg. Twee banen kregen een afwijkende vorm (Hoek en Zig-zag) terwijl de eerste baan zonder hindernis bleef, deze baan is bedoeld als testbaan.
Tot het populariseren van de midgetgolfsport heeft het systeem van Pless zonder twijfel de grootste bijdrage geleverd. Ook heden ten dage is het aantal korte banen groter dan de lange banen. Toch hebben beide systemen Europa en de landen daarbuiten, tot in Spoordonk aan toe, veroverd. Doordat de banen nu overal gelijk waren, was het spelen van wedstrijden mogelijk geworden. De lengte van de banen en de hindernissen waren weliswaar genormaliseerd, men zal bij het bespelen van de banen merken dat iedere baan zijn eigen karakter heeft. Als 3e spelsoort
is er ook het Stergolf , dit zijn lange banen, waar de laatste hindernis
niet in een cirkel eindigt, maar in een ster (extra hindernis). Als
4e kwam er bij, het Zweedse Vilt. Dit soort was al lang populair in de
Scandinavische landen, maar komt nu ook in andere landen voor. Het is
een baan gemaakt van hout (randen) en aan het eind een 8-hoek. De toplaag
is van vilt. We hebben
nu 4 baansoorten behandeld, beton (Bongni, lang oftewel afdeling 1), eterniet
(kort oftewel afdeling 2), Stergolf en Vilt. Bij het vragen van informatie zult u bemerken dat eenieder zijn spelsoort als het beste of leukste ervaart, maar gebleken is dan geografische feiten, de meest doorslaggevende zijn. Als er bij u in de buurt toevallig een lange baan aanwezig is, zult u eerder daar gaan spelen dan op een verder gelegen baan waar de andere spelsoorten beoefend worden. Voorts is
het niet noodzakelijk om in wedstrijden mee te doen, men kan ook als zogenaamd
recreatieve speler in clubverband midgetgolfen. Leeftijd is niet belangrijk,
met 6 jaar kan men al als lid beginnen en men kan doorgaan zolang men
wil. |
| Het Materiaal |
Een midgetgolfer die speelt op wedstrijdniveau, gaat natuurlijk niet met hetzelfde materiaal de baan op als een recreant. In tegenstelling tot het grootgolf op gras, gebruikt een midgetgolfer maar één stick. Wel gebruikt een midgetgolfer veel verschillende balletjes. De topgolfers zijn in het bezit van minimaal 200 verschillende ballen. Het verschil in die ballen is het gewicht, de hardheid, spronghoogte, de grootte van de bal en of de bal al dan niet gelakt is.
Nu is het
niet zo dat iemand die veel midgetgolfballen heeft, per definitie in het
voordeel is ten opzichte van iemand die bijvoorbeeld maar tien balletjes
heeft. Een belangrijk onderdeel van midgetgolf is namelijk het uittrainen
van de baan. Zoals eerder gezegd, elk parcours bestaat uit 18 verschillende
banen, die in principe ongeveer overal hetzelfde zijn. Maar toch heeft
iedere baan zijn eigenaardigheden, elke baan heeft weer een andere afwijking.
Bij het uittrainen van de baan wordt vooral bekeken welke bal het beste
ingezet kan worden en op welke manier de baan gespeeld zal worden. Zo
kan het dus ook gebeuren dat iemand uit die tien ballen veel meer rendement
haalt dan iemand met 200 ballen. |
| De wedstrijden |
De wedstrijden zijn te onderscheiden in teamwedstrijden en individuele wedstrijden. De individuele wedstrijden zijn de verschillende Nederlandse Kampioenschappen en het individuele klassement van de Europese- of Wereldkampioenschappen. Maar midgetgolf is voornamelijk een teamsport. Hierbij wordt gestreden voor Nederlands kampioenschap voor teams, de Europacup en met het Nederlands team voor het Europees- of Wereldkampioenschap. Hierbij is het belangrijk dat je met je team een eenheid vormt. Dit betreft de spelers, maar ook de coaches en verzorgers. Alle mensen moeten hetzelfde doel hebben, namelijk zo hoog mogelijk eindigen.
|
| Wedstrijdspanningen |
Het spelen van een Europacup of Europees kampioenschap vergt natuurlijk een enorme inspanning van de spelers. Tijdens de wedstrijden blijkt dat het omgaan met spanningen een steeds belangrijker facet wordt. Het kunnen "pieken" tijdens de echte belangrijke toernooien is maar voor weinigen weggelegd. Aan het spelen
van een EK of Europacup gaat natuurlijk een intensieve training vooraf.
Maar op het "moment suprème" moet je toch bijzonder sterk
in je schoenen staan. Vaak slaat de twijfel toe bij de spelers. Vandaar
dat bijvoorbeeld ook zelfs de sportpsycholoog zijn intrede heeft gedaan
in de topmidgetgolfsport. |